Plat dak isoleren: waar je op moet letten
Zelf je platte dak isoleren met PIR? Dit is wat echt telt: de juiste dikte en Rd-waarde, een dampremmer die je niet mag overslaan, de bevestiging, en de fouten die een dak laten lekken of zweten.
Een plat dak isoleren is een van de slimste klussen die je aan je huis kunt doen. Warmte stijgt, en bij een slecht geïsoleerd plat dak verdwijnt die zo de lucht in. Goede isolatie betekent een warmer huis in de winter, een koeler huis in de zomer en een flink lagere energierekening. En sinds de bouwregels strenger zijn geworden, is isoleren bij het vervangen van je dakbedekking vaak gewoon verplicht.
De goede nieuws: met de juiste platen is dit prima zelf te doen. In deze gids lopen we langs alles wat echt telt, zodat je in een keer goed zit.
Wanneer moet je isoleren, en wanneer niet?
Vervang je de dakbedekking van een verwarmde ruimte, dan schrijft het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) een isolatiewaarde van Rc 6,3 m²·K/W voor. Dat is geen vrijblijvend advies maar een eis. Bij nieuwbouw en aanbouwen gelden de BENG-eisen, en kies je doorgaans de hoogst haalbare waarde.
Gaat het om een onverwarmd bijgebouw, een schuur of een overkapping? Dan hoeft isoleren niet. Een dunnere plaat of helemaal geen isolatie kan dan prima. Twijfel je in welke situatie je zit, kijk dan op onze isolatiepagina: daar staat per situatie wat verstandig is.
Wat is PIR, en waarom kiezen de meeste daken ervoor?
PIR (polyisocyanuraat) is hardschuim met de hoogste isolatiewaarde per millimeter die je op de markt vindt. De lambda-waarde, de maat voor warmtegeleiding, is bij IKO Enertherm 0,022 W/(m·K). Hoe lager dat getal, hoe beter. In de praktijk betekent dat: een dunne plaat met een hoge isolatiewaarde. Op een plat dak, waar elke centimeter opbouwhoogte telt, is dat goud waard.
PIR is bovendien drukvast (je kunt er gewoon overheen lopen tijdens het werk) en vochtongevoelig. Daarom is het al jaren de standaard voor het platte dak.
Hoe dik moet de plaat zijn?
Dat hangt af van de isolatiewaarde die je wilt halen. Elke plaat heeft een Rd-waarde: de warmteweerstand van de plaat zelf. Hoe dikker, hoe hoger de Rd. Een paar richtpunten met IKO Enertherm:
- 140 mm: Rd 6,36. Hiermee haal je de wettelijke Rc 6,3 voor renovatie ruim. Dit is voor de meeste daken de juiste keuze.
- 80 tot 120 mm: Rd 3,6 tot 5,5. Een goede stap vooruit als je opbouwhoogte beperkt is, bijvoorbeeld bij een bestaande dorpel of dakrand.
- 20 tot 60 mm: voor bijgebouwen, of als je bovenop bestaande isolatie bij-isoleert.
Reken het niet uit het hoofd. Vul op de isolatiepagina simpelweg je dakoppervlak in m² in. Wij rekenen direct uit hoeveel pakken je nodig hebt en wat het kost.
Vergeet de dampremmer niet
Dit is de meestgemaakte (en duurste) fout. Boven een verwarmde ruimte komt warme, vochtige lucht omhoog. Zonder dampremmer trekt dat vocht in je isolatie en condenseert het tegen de koude bovenkant. Het gevolg: natte isolatie, schimmel en rendementsverlies, soms pas na een paar jaar zichtbaar.
De dampremmer gaat onder de isolatie. Welk type je kiest, lees je in onze aparte gids over de dampremmer op het platte dak. Boven een onverwarmde ruimte mag je de dampremmer overslaan.
Hoe bevestig je de platen?
Op een plat dak worden PIR-platen meestal mechanisch bevestigd: met zelftappende schroeven en brede drukverdeelplaten, door de isolatie heen in het dakdek (staal of hout). De schroeflengte kies je op de plaatdikte plus ongeveer 25 mm, afhankelijk van je dakdek.
Het aantal bevestigers is niet vast. In het veld van het dak heb je er minder nodig dan aan de randen en hoeken, waar de wind het hardst trekt. De exacte hoeveelheid hangt af van je windzone en gebouwhoogte. Reken in het veld op een stuk of vijf per plaat als richtlijn, en laat de precieze berekening over aan onze dakconfigurator.
De vijf fouten die je wilt voorkomen
- Geen of een verkeerd geplaatste dampremmer. De nummer een oorzaak van vocht onder een nieuw dak.
- Te dun isoleren. Net onder de eis blijven kost je comfort en geld, terwijl een dikkere plaat nauwelijks meer werk is.
- B-keus of restpartijen gebruiken. Je weet de dikte, Rd-waarde en staat van de randen niet zeker. Op een plat dak telt elke aansluiting. Doe het niet.
- Kieren laten zitten. Snijverlies en gaten rond doorvoeren vul je met PUR-schuim, anders ontstaan koudebruggen.
- Te weinig bevestigers aan de rand. Daar grijpt de wind aan. Volg de windberekening.
In het kort
Kies een plaat die de gewenste Rd haalt (vaak 140 mm), leg een dampremmer onder de isolatie als er een verwarmde ruimte onder zit, bevestig stevig met aandacht voor de randen, en vul de kieren. Doe je dat, dan ligt er een dak dat decennia meegaat.
Wil je in een keer het juiste pakket inclusief EPDM, dampremmer en bevestigers? Start de dakconfigurator, dan stellen we het op jouw dak samen.
★ Liever dat wij meedenken? Start de configurator — sneller en altijd voordeliger dan losse onderdelen.
Naar configurator